
De theorie van interpersoonlijke relaties, gepubliceerd in 1952 door Hildegard Peplau, definieert verpleegkundige zorg als een gestructureerd relationeel proces in vier fasen tussen de zorgverlener en de patiënt. Dit kader plaatst menselijke interactie centraal in de praktijk, waar eerdere modellen zich beperkten tot technische handelingen en medische protocollen.
Vier fasen van het relationele proces volgens Peplau
Het model is gebaseerd op een voortgang die elke ontmoeting tussen zorgverlener en patiënt structureert. Deze fasen zijn geen simpele administratieve stappen: ze beschrijven hoe de relatie evolueert, vanaf het eerste contact tot aan de scheiding.
Ook interessant : Conversie en equivalentie: hoe de kracht van uw auto in fiscale pk's te begrijpen?
De oriëntatiefase komt overeen met het moment waarop de patiënt een behoefte formuleert en hulp zoekt. De verpleegkundige verduidelijkt de vraag, identificeert de verwachtingen en legt de basis voor een vertrouwensrelatie.
Daarna komt de identificatiefase: de patiënt begint te reageren op de mensen die hem helpen. Hij ontwikkelt het vermogen om de beschikbare middelen te herkennen en steunt op de relatie om vooruitgang te boeken.
Lees ook : Invloedrijke vrouwen in de schaduw van grote filmproducenten
De exploitatiefase is die waarin de patiënt ten volle gebruikmaakt van de diensten en vaardigheden van de verpleegkundige. De relatie wordt een actieve therapeutische hefboom, geen simpel ontvangstkader.
De laatste fase, de resolutie, markeert het einde van de professionele relatie. De patiënt trekt zich geleidelijk terug naarmate aan zijn behoeften wordt voldaan. Het is een geleidelijk proces, geen brutale breuk.
Om dieper in te gaan op de theorie van interpersoonlijke relaties volgens Hildegard Peplau, moet men ook begrijpen hoe deze fasen samenhangen met de rollen die de verpleegkundige aanneemt gedurende de zorg.

Verpleegkundige rollen in het model van Peplau: van vreemde naar adviseur
Peplau beschrijft geen unieke rol voor de verpleegkundige. Ze identificeert verschillende houdingen die elkaar opvolgen of naast elkaar bestaan afhankelijk van de fasen van de relatie:
- De rol van vreemde, aangenomen tijdens het eerste contact, waarbij de verpleegkundige de patiënt verwelkomt zonder oordeel of vooronderstelling over zijn behoeften
- De rol van bron, die aangepaste informatie biedt en de patiënt helpt zijn gezondheidssituatie te begrijpen
- De rol van lerares, die kennis overbrengt op basis van wat de patiënt al weet en wat hij kan integreren
- De rol van adviseur, die ingrijpt wanneer de patiënt hulp nodig heeft om betekenis te geven aan zijn ziekte-ervaring
Deze rollen zijn niet rigide toegewezen. De verpleegkundige schakelt van de ene rol naar de andere afhankelijk van de evolutie van de patiënt, wat een voortdurende observatie- en aanpassingscapaciteit vereist.
Deze fluiditeit onderscheidt het model van Peplau van meer mechanische benaderingen. De relatie tussen zorgverlener en patiënt is geen protocol dat moet worden afgehandeld, maar een levendig proces dat samen wordt opgebouwd.
Culturele en contextuele beperkingen van de theorie van Peplau
Het model is ontworpen in een Noord-Amerikaans context van de jaren 1950, gericht op psychiatrische zorg. De toepassing ervan op andere culturen of andere specialismen roept concrete vragen op.
Een kwalitatieve studie gepubliceerd in het Journal of Advanced Nursing (volume 82, april 2026) benadrukt dat de lineaire fasen van het model moeite hebben om zich aan te passen aan de verschillende culturele normen. In sommige culturen wordt de vertrouwensrelatie niet volgens dezelfde tijdslijn opgebouwd. De oriëntatiefase, zoals beschreven door Peplau, veronderstelt een expliciete verbalisatie van de behoefte, wat niet overeenkomt met alle relationele praktijken.
Deze feedback uit de praktijk leidt tot hybride aanpassingen. Sommige teams behouden de structuur van vier fasen als denkkader, terwijl ze de duur en inhoud van elke fase aanpassen aan de lokale realiteiten.
Theorie van Peplau in de spoedeisende hulp: fasen aanpassen aan een beperkte tijd
De meest concrete uitdaging voor het model ligt in de hedendaagse spoedeisende hulp, waar de zorg wordt bepaald door technologie en tijdsdruk.
De oriëntatie- en identificatiefasen veronderstellen een tijd voor dialoog en observatie die de spoedeisende hulp niet altijd toelaat. Wanneer een patiënt in kritieke toestand arriveert, wordt de relatie in enkele minuten opgebouwd, niet in meerdere sessies.
Het model blijft toepasbaar als we de fasen comprimeren in plaats van ze te schrappen. De oriëntatie kan worden beperkt tot een gerichte vraag over de ervaren behoefte. De identificatie gebeurt via non-verbale signalen die in enkele seconden worden opgevangen. De exploitatie komt overeen met de onmiddellijke technische handeling, en de resolutie met de overdracht naar een andere dienst.
Het rapport van de HAS (februari 2026) over digitale hulpmiddelen in de verpleegkundige zorg merkt een sterke voorkeur van patiënten op voor menselijke interacties boven medische chatbots. Deze constatering versterkt de relevantie van het kader van Peplau: zelfs in een omgeving die verzadigd is met technologie, blijft de kwaliteit van de interpersoonlijke relatie een factor van tevredenheid.

Comprimeren zonder te vervormen
De uitdaging voor de zorgteams in een noodsituatie is niet om de fasen van Peplau op te geven, maar om ze te integreren in micro-interacties. Een blik, een open vraag gesteld tijdens een technische handeling, een woord van uitleg op het moment van de overdracht: deze elementen zijn voldoende om een relationele structuur te behouden.
De WHO Europa raadt in haar rapport van maart 2026 over persoonsgerichte zorg aan om de interpersoonlijke dynamiek te prioriteren in de protocollen voor geestelijke gezondheidszorg. Deze richtlijn sluit direct aan bij het model van Peplau, dat in 1952 de relatie als de zorg zelf stelde, niet als een aanvulling op de zorg.
Het model van Peplau schrijft geen duur voor elke fase voor. Het beschrijft een relationele logica. Het is deze logica die het mogelijk maakt om effectief te blijven in contexten die de auteur niet had voorzien, van hightech spoedeisende hulp tot afstandsconsulten.